ECLI:NL:CBB:2001:AB1415
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen doding gevaccineerde dieren bij MKZ-bestrijding
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde verzoeken om voorlopige voorziening tegen besluiten van de Minister van Landbouw tot doding van dieren die gevaccineerd zijn tegen mond- en klauwzeer (MKZ). De besluiten betroffen bedrijven binnen en buiten een straal van 2 km rond besmette bedrijven.
Verzoekers stelden dat de dieren niet langer verdacht waren omdat de wettelijke termijn van 21 dagen was verstreken en dat vaccinatie immuniteit bood, waardoor doding onrechtmatig was. Verweerder voerde aan dat Europese regelgeving suppressievaccinatie toestaat onder strikte voorwaarden, waaronder het doden van gevaccineerde dieren binnen twee maanden, en dat de dieren nog steeds verdacht zijn vanwege mogelijke dragerschap.
De president oordeelde dat de termijn van 21 dagen niet zonder meer de grondslag voor doding doet vervallen en dat verweerder binnen zijn beleidsvrijheid bleef. De veterinaire risico's van dragerschap en de macro-economische belangen rechtvaardigen voortzetting van de maatregelen. De verzoeken van bedrijven binnen 2 km werden afgewezen, terwijl het verzoek van een bedrijf buiten die zone werd aangehouden voor nader onderzoek.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen doding gevaccineerde dieren worden afgewezen, behalve voor een bedrijf buiten 2 km waar nader onderzoek plaatsvindt.