ECLI:NL:CBB:2001:AB1468
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullende schadevergoeding bij preventieve ruiming varkensbedrijf
Appellante, eigenaar van een varkensbedrijf, maakte bezwaar tegen de wijze waarop de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de aanvullende schadevergoeding had vastgesteld na preventieve ruiming van haar bedrijf in verband met de uitbraak van klassieke varkenspest in 1997.
De wetgeving (artikelen 86-91 Gwd) biedt een regeling voor tegemoetkoming in schade bij het doden van dieren ter bestrijding van besmettelijke dierziekten. Verweerder hanteerde normbedragen voor verschillende categorieën zeugenbedrijven (topfok, subfok, vermeerdering) en maakte onderscheid tussen varkensmesterijen en zeugenbedrijven. Appellante werd aangemerkt als vermeerderingsbedrijf en kreeg een vergoeding gebaseerd op die categorie.
Appellante voerde aan dat zij onterecht niet als subfokbedrijf werd aangemerkt en dat verweerder zijn discretionaire bevoegdheid misbruikte. Het College oordeelde dat verweerder zijn beleidsregels met redelijke gronden had vastgesteld, dat de bedrijfstypering op basis van registratiegegevens en economische hoofdactiviteit terecht was, en dat het beroep ongegrond was. Er was geen sprake van onredelijkheid of misbruik van bevoegdheid.
Het College wees het beroep af en veroordeelde appellante niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de aanvullende schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.