ECLI:NL:CBB:2001:AB1507
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen doding gevaccineerde Veluwse Heideschapen wegens mond- en klauwzeer
In deze zaak hebben diverse natuur- en milieubeschermingsorganisaties verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees tot het doden van een kudde Veluwse Heideschapen die gevaccineerd zijn tegen mond- en klauwzeer. De schapen bevinden zich in een gebied waar meerdere gevallen van de ziekte zijn vastgesteld.
Verzoekers stelden dat de gevaccineerde schapen geen risico meer vormen voor virusoverdracht en dat het doden van deze zeldzame kudde genetisch onherstelbare schade zou toebrengen. Zij pleitten voor isolatie en nader onderzoek in plaats van ruiming. Verweerder voerde aan dat het risico van virusdragers onder gevaccineerde dieren blijft bestaan, dat isolatie praktisch niet haalbaar is en dat het voortbestaan van het ras niet in gevaar is.
De president overwoog dat de bestuursrechter terughoudend moet zijn bij toetsing van beleidskeuzes en dat het aan verweerder is om de veterinaire risico's in te schatten. De door verzoekers aangevoerde argumenten boden onvoldoende grondslag om het besluit te schorsen. Ook de zeldzaamheid van het ras rechtvaardigde geen andere uitkomst. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de eerder uitgesproken schorsing opgeheven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot doding van gevaccineerde Veluwse Heideschapen wordt afgewezen.