ECLI:NL:CBB:2001:AB1544
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen ruiming en vaccinatie van vee wegens mond- en klauwzeer
Verzoeker, een veehouder in het toezichtsgebied B, verzocht om een voorlopige voorziening tegen besluiten van de Rijksdienst voor de Keuring van vee en vlees (RVV) waarbij alle evenhoevige dieren op zijn bedrijf als verdacht werden aangemerkt en gedood moesten worden ter bestrijding van mond- en klauwzeer. Tevens was vaccinatie verplicht gesteld.
Tijdens de zittingen op 20 en 21 april 2001 werden de testresultaten en de procedures rond monstername en laboratoriumonderzoek uitvoerig besproken. Verzoeker betwijfelde de betrouwbaarheid van de monsters en de testuitslagen, en stelde dat de dieren geen veterinair risico vormden, mede gezien het ontbreken van antilichamen en de afstand tot de virushaard.
De president oordeelde dat de positieve testuitslagen betrouwbaar waren en dat de monsters onomstreden waren verzegeld en correct verwerkt. De verklaringen van de betrokken dierenarts en laboratoriummedewerker werden als geloofwaardig beoordeeld. Het verzoek tot schorsing werd afgewezen voor de gevaccineerde dieren, maar het onderzoek werd geschorst voor de niet-gevaccineerde dieren om nader inzicht te krijgen in het actuele veterinair risico.
De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van de gemaakte kosten door verzoeker voor de voortzetting van het onderzoek. De beslissing werd uitgesproken door de president D. Roemers op 21 april 2001.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen voor gevaccineerde dieren, onderzoek geschorst voor niet-gevaccineerde dieren, en kostenveroordeling tegen de Staat.