ECLI:NL:CBB:2001:AB1545
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ruiming niet-gevaccineerde dieren bij mond- en klauwzeerbestrijding
In deze zaak verzoekt A om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Rijksdienst voor de Keuring van vee en vlees tot het ruimen van niet-gevaccineerde dieren vanwege een uitbraak van mond- en klauwzeer. De procedure betreft een voortzetting van een eerder verzoek en vond plaats op 22 april 2001.
De grondslag van het besluit is gelegen in Europese richtlijnen en nationale wetgeving die maatregelen voorschrijven ter bestrijding van mond- en klauwzeer, waaronder ruiming en suppressievaccinatie. Verweerder stelt dat gezien de hoge veedichtheid en het risico op verspreiding suppressievaccinatie gevolgd door ruiming noodzakelijk is. Verzoeker betoogt dat zijn dieren geen veterinaire risico's meer vormen en dat het gebied vrij is van nieuwe besmettingen.
De president oordeelt dat het inschatten van veterinaire risico's tot de bevoegdheid van verweerder behoort en dat verzoeker onvoldoende heeft gemotiveerd dat het beleid niet langer gerechtvaardigd is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van kosten wegens verlenging van de procedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot ruiming van niet-gevaccineerde dieren wordt afgewezen.