ECLI:NL:CBB:2001:AB1646
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag stierenpremie wegens ongeoorloofde bedrijfssplitsing en verwevenheid met maatschap
Appellant, zoon van een van de maten van maatschap C, diende een aanvraag in voor stierenpremie voor 26 stieren. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant geen zelfstandige producent was, maar feitelijk deel uitmaakte van het bedrijf van de maatschap.
De bedrijfscontrole toonde aan dat appellant de stieren en het voer gefinancierd kreeg door de maatschap, gebruik maakte van een door de Grondkamer goedgekeurd pachtcontract voor een gedeelte van de stal, en dat de stieren van appellant zich in dezelfde stal bevonden als die van de maatschap en andere entiteiten.
Verweerder oordeelde dat sprake was van een ongeoorloofde splitsing van het bedrijf om meer premie te verkrijgen dan zonder splitsing mogelijk zou zijn. Het College bevestigde dit oordeel en stelde vast dat appellant niet als zelfstandige producent kon worden aangemerkt, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag stierenpremie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een zelfstandige bedrijfsvoering.