ECLI:NL:CBB:2001:AB1800
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker diende op 11 oktober 2000 een aanvraag in voor een vergunning tot het exploiteren van een kansspelautomaat. Deze aanvraag werd door verweerder bij besluit van 13 maart 2001 afgewezen. Verzoeker maakte op 15 maart 2001 bezwaar tegen dit besluit en verzocht vervolgens op 15 maart 2001 om een voorlopige voorziening bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De president van het College stelde verzoeker bij brief van 23 april 2001 in kennis dat het griffierecht van fl. 225,-- contant voldaan moest zijn vóór de behandeling van het verzoek op 27 april 2001. Ondanks dat de brief verzoeker heeft bereikt, werd het griffierecht niet betaald en was het bedrag ook niet bijgeschreven op de rekening van het College vóór de zittingsdatum.
Verzoeker verscheen niet op de zitting van 27 april 2001. De president oordeelde dat geen omstandigheden waren die het niet tijdig betalen van het griffierecht konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:82 en Pro 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht.