ECLI:NL:CBB:2001:AB1821
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- H.G. Lubberdink
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag dierlijke EG-premies wegens weigering medewerking controle
Appellante diende een aanvraag in voor dierlijke EG-premies voor haar zoogkoeien en verleende bij de aanvraag toestemming voor controles door de Algemene Inspectiedienst (AID).
Tijdens drie controlebezoeken door de AID op 10 en 15 februari 1999 werd bij het derde bezoek medewerking geweigerd en de deur gesloten voor inspecteurs. Appellante stelde dat dit gebeurde vanwege het niet naleven van hygiënevoorschriften door de inspecteurs, wat zij als overmacht aanvoerde.
Het College oordeelde dat uit het controlerapport en de stukken niet bleek dat sprake was van overmacht. De weigering tot medewerking was niet gerechtvaardigd omdat appellante geen bezwaren had geuit tijdens of na de controle en geen bewijs leverde voor haar stelling.
Op grond van artikel 13 van Pro Verordening (EG) nr. 3887/92 moet een aanvraag worden afgewezen indien door toedoen van de aanvrager een controle niet kan plaatsvinden, behoudens overmacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag dierlijke EG-premies wegens weigering medewerking aan controle wordt ongegrond verklaard.