ECLI:NL:CBB:2001:AB1826
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.M. Wolters
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vergunning biotechnologie bij dieren wegens gebrek aan rechtstreeks belang
Het Instituut Psychosofia stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw waarbij de Universiteit Leiden een vergunning kreeg voor biotechnologisch onderzoek op dieren. Het beroep richtte zich op de ontvankelijkheid, waarbij appellante stelde dat zij als burger belanghebbende was vanwege het volksgezondheidsbelang en haar visie op alternatieve geneeswijzen.
Het College oordeelde dat het begrip belanghebbende in de Algemene wet bestuursrecht vereist dat het belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. Het betoog van appellante dat iedere burger belanghebbende zou moeten zijn, werd verworpen omdat een ruimere kring van beroepsgerechtigden een bijzondere wettelijke grondslag vereist die hier ontbreekt.
Verder concludeerde het College dat appellante niet rechtstreeks in haar belang werd getroffen door het besluit, aangezien haar werkzaamheden en belangen te ver verwijderd zijn van de gevolgen van het dierproevenbesluit. Ook haar argument over vergoeding van alternatieve geneeswijzen werd als onvoldoende direct verband beoordeeld.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van het belanghebbendecriterium bij bestuursrechtelijke beroepsprocedures tegen vergunningen in de biotechnologie.
Uitkomst: Het beroep van Instituut Psychosofia werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang bij het besluit.