ECLI:NL:CBB:2001:AB1875
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ruimingsbeleid MKZ op ethische gronden
Verzoekers, veehouders en betrokkenen bij het ruimingsbeleid vanwege mond- en klauwzeer (MKZ), vroegen het College om een voorlopige voorziening om het ruimingsbeleid te schorsen. Zij stelden dat het beleid ernstige psychische en maatschappelijke schade veroorzaakt en ethisch onaanvaardbaar is. Ter onderbouwing werden 127 verklaringen en deskundigenverklaringen overgelegd.
Verweerder, de Minister van Landbouw en de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, stelde dat het beleid noodzakelijk is voor volksgezondheid en economische belangen, en dat ethische aspecten zijn meegewogen. Het niet-ruimen zou grote economische schade en meer dierenleed veroorzaken.
De president van het College overwoog dat verzoeker sub 4 niet ontvankelijk was omdat hij geen direct belang had. Voor de overige verzoekers werd erkend dat het beleid hen diep raakt, maar dat toetsing aan ethische normen niet binnen de bevoegdheid van het College valt. Juridische toetsing vindt plaats aan de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekers konden geen rechtsnorm aanwijzen die hun ethische argumenten ondersteunt.
Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen en de eerder uitgesproken schorsing opgeheven. De uitspraak benadrukt dat ethische bezwaren geen zelfstandige grond vormen voor schorsing van bestuursbesluiten in deze context.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ruimingsbeleid wordt afgewezen en de schorsing van de besluiten wordt opgeheven.