ECLI:NL:CBB:2001:AB1877
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen doding van runderen wegens mond- en klauwzeer
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de minister van Landbouw en de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarin alle evenhoevigen op hun bedrijven als verdacht van mond- en klauwzeer werden aangemerkt, waarna vaccinatie en doding werden bevolen.
Na eerdere afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening op 11 mei 2001, dienden verzoekers opnieuw een verzoek in om schorsing van de besluiten. De president oordeelde dat de nieuwe verzoeken geen nieuwe argumenten bevatten die tot een andere beslissing konden leiden.
De president verwees naar eerdere uitspraken waarin het besluit tot verdachtverklaring en doding als redelijk werd beoordeeld, ook gezien de locatie van de bedrijven ten opzichte van besmettingshaarden. Het gecombineerde aanvoeren van eerder besproken argumenten werd niet als nieuw gezichtspunt erkend.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder zitting, conform de toepasselijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de besluiten tot verdachtverklaring, vaccinatie en doding van runderen wordt afgewezen.