ECLI:NL:CBB:2001:AB1903
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- H.G. Lubberdink
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag zoogkoeienpremie wegens niet voldoen aan gebruiksvoorwaarden bedrijfsgebouwen en grond
Appellant vroeg premie aan voor het aanhouden van 40 zoogkoeien op zijn bedrijf, maar de aanvraag werd afgewezen omdat niet aan de voorwaarden werd voldaan dat de dieren op het bedrijf werden gehouden. De controle door de Algemene Inspectiedienst toonde aan dat 7 dieren op grond van Natuurmonumenten liepen met een pachtovereenkomst vanaf 1 april 1998, en 7 dieren in een stal van de vader van appellant stonden zonder schriftelijke gebruiksovereenkomst ten tijde van de controle.
Appellant voerde aan dat hij een inschaarovereenkomst had voor de periode voorafgaand aan 1 april 1998 en dat de stal van zijn vader met terugwerkende kracht schriftelijk was verhuurd. Het College oordeelde dat de pachtovereenkomst met Natuurmonumenten vanaf 1 april 1998 wel voldeed aan de regeling en dat deze grond tot het bedrijf van appellant behoorde. De stal van de vader daarentegen was niet schriftelijk verhuurd gedurende de aanhoudperiode en kon niet tot het bedrijf worden gerekend.
Het College concludeerde dat de 7 zoogkoeien in de stal van de vader niet op het bedrijf waren aangehouden en dat dit meer dan 20% van het aantal dieren betrof dat wel aan de voorwaarden voldeed. Hierdoor was de afwijzing van de premieaanvraag terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de premieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het gebruik van bedrijfsgebouwen en grond gedurende de aanhoudperiode.