ECLI:NL:CBB:2001:AB2097
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering vergunning tweede kansspelautomaat
Appellant exploiteert een recreatieinrichting en verzocht om een aanwezigheidsvergunning voor twee kansspelautomaten. Verweerder verleende aanvankelijk slechts één vergunning en weigerde de tweede. Na bezwaar handhaafde verweerder dit standpunt, maar verleende alsnog voor de periode 1 mei 1999 tot 1 mei 2000 een vergunning voor twee automaten als overgangsmaatregel.
Appellant stelde dat het besluit onterecht was genomen zonder fatsoenlijke hoorzitting en betoogde dat zijn onderneming als bar- annex cafébedrijf een andere kwalificatie verdient dan laagdrempelig. Tevens betwijfelde hij de korte overgangsperiode.
Het College oordeelde dat appellant geen belang had bij het beroep omdat de vergunning voor de tweede automaat inmiddels was verleend voor de bestreden periode en er geen schade was gebleken door de eerdere weigering. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en inhoudelijke beoordeling van de overige grieven bleef achterwege.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.