ECLI:NL:CBB:2001:AB2130
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- M.J. Kuiper
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond wegens ontbreken klaarblijkelijke fout in steunaanvraag
Appellant diende een aanvraag in voor landbouwsteun met betrekking tot een aantal percelen. Na goedkeuring van de aanvraag bleek appellant een fout te hebben gemaakt door een verkeerde bijdragecode te gebruiken voor enkele percelen, waardoor hij een lagere premie ontving dan gewenst.
Appellant verzocht de Minister om de aanvraag te wijzigen op grond van artikel 5 bis Pro van Verordening (EEG) nr. 3887/92, dat wijziging van een steunaanvraag na indiening toestaat bij een door de bevoegde instantie erkende klaarblijkelijke fout. De Minister wees dit verzoek af, stellende dat er geen sprake was van een duidelijke fout, omdat de aanvraag logisch en consistent was ingevuld.
Het College oordeelde dat alleen bij een klaarblijkelijke fout, zoals direct in het oog springende identificatiefouten, een wijziging na de indieningsdatum mogelijk is. Fouten in de teelt worden in beginsel niet als klaarblijkelijke fouten beschouwd. Het werkdocument van de Europese Commissie over manifeste fouten is niet bindend en beperkt niet de beleidsvrijheid van de Minister.
Gezien de consistentie van de aanvraag en het ontbreken van tegenstrijdigheden, was er geen aanleiding om de aanvraag te wijzigen. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een klaarblijkelijke fout in de steunaanvraag.