ECLI:NL:CBB:2001:AB2215
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Kuiper
- M.A. van der Ham
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid van bedrijf bij toekenning dierlijke EG-premies
Appellanten, voorheen in loondienst bij hun vader, startten eind 1997 met het houden van stieren en vroegen afzonderlijk premies aan onder de Regeling dierlijke EG-premies. Verweerder weigerde deze aanvragen omdat hij oordeelde dat appellanten geen zelfstandige bedrijven exploiteren, maar feitelijk onderdeel zijn van het bedrijf van hun vader, mede gezien de maatschap en verwevenheid in bedrijfsvoering.
Appellanten stelden dat zij wel degelijk zelfstandige bedrijven voeren, met eigen grond, stallen, voederareaal en bedrijfsexploitatie. Zij voerden aan dat de administratieve scheiding en eigen boekhouding dit bevestigen en dat verweerder het begrip producent niet consistent toepast.
Het College oordeelde dat ondanks administratieve scheiding en registratie van voederareaal, de feitelijke bedrijfsvoering verweven is met die van de vader en de maatschap. De grond wordt gefinancierd door de vader, stallen zijn gepacht van hem, en er is gebruik van gezamenlijke machines. Dit staat zelfstandige bedrijfsvoering in de weg.
Daarom kunnen appellanten niet als zelfstandige producenten worden aangemerkt in de zin van de Regeling en zijn de aanvragen terecht afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: De beroepen van appellanten worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun premieaanvragen bevestigd.