ECLI:NL:CBB:2001:AB2492
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- R.P.H. Rozenbrand
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunning speelautomaten in laagdrempelige inrichting
Verzoeker sub 1 en sub 2 hebben bij de gemeente Enschede een vergunning aangevraagd voor het aanwezig hebben van zeventien kansspelautomaten in een laagdrempelige inrichting aan een adres te Enschede. De burgemeester heeft deze aanvragen geweigerd op grond van de Wet op de kansspelen en de gemeentelijke verordening, die het aantal kansspelautomaten in laagdrempelige inrichtingen beperken tot nul.
Verzoekers stelden dat de gemeenteraad onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de reductieregeling voor de exploitanten en dat zij onterecht niet in aanmerking kwamen voor een overgangsregeling. De gemeente verweerde zich met het standpunt dat de exploitatie van kansspelautomaten in de betrokken inrichting niet langer is toegestaan en dat de exploitatie door een andere ondernemer plaatsvindt dan degene die op 1 juli 1992 de vergunning had.
De president van het College oordeelde dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te kennen. De reductieregeling was nooit uitgevoerd, maar het gedogen van de zeventien kansspelautomaten was in 1999 met terugwerkende kracht gelegaliseerd tot 1 januari 2000. De huidige wetgeving verbiedt kansspelautomaten in laagdrempelige inrichtingen. De gemeenteraad is niet verplicht een overgangsregeling te treffen voor speelhallen, die bovendien niet waren toegestaan volgens de gemeentelijke verordening.
Verder werd geoordeeld dat verzoekers niet zodanig onevenredig financieel worden getroffen dat een voorziening noodzakelijk is, mede omdat zij al sinds 1988 of 1992 op de hoogte hadden kunnen zijn van de beperkingen. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van vergunning voor zeventien kansspelautomaten in een laagdrempelige inrichting wordt afgewezen.