ECLI:NL:CBB:2001:AB2517
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op schadevergoeding bij klassieke varkenspest wegens te late melding varkensaanvoer
Appellante kreeg op haar bedrijf klassieke varkenspest vastgesteld, waarna haar varkens werden gedood en de totale waarde van de varkensstapel werd getaxeerd op fl. 716.615. Verweerder kende een tegemoetkoming toe van fl. 465.799,75, maar legde een korting van 35% op vanwege vier keer te late melding van varkensaanvoer aan het Identificatie- en Registratiebureau.
Appellante maakte bezwaar tegen deze korting en voerde aan dat het een strafrechtelijke sanctie betrof, dat de korting zonder belangenafweging werd toegepast en dat de regeling in strijd was met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Zij stelde ook dat het Landbouwschap niet bevoegd was de betreffende regels te stellen en dat de korting niet passend was gezien de traceerbaarheid van haar dieren.
Het College oordeelde dat de korting geen strafrechtelijke sanctie is en dus niet onder artikel 6 EVRM Pro valt. Het kortingenstelsel is niet onevenredig en dient zonder individuele belangenafweging te worden toegepast vanwege het belang van snelle en effectieve bestrijding van de varkenspest. De late meldingen verhoogden het risico van verspreiding van het virus, ongeacht of daadwerkelijk verspreiding plaatsvond.
Verder verwierp het College het beroep op het gelijkheidsbeginsel en concludeerde dat geen sprake was van schending van hoor- en wederhoor. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting van 35% op de schadevergoeding wegens te late melding wordt ongegrond verklaard.