ECLI:NL:CBB:2001:AB2525
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Cassatie
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens te late indiening subsidieaanvraag biologische productiemethode
Appellante diende op 17 mei 1999 een subsidieaanvraag in op grond van de Regeling stimulering biologische productiemethode, nadat het subsidieplafond al op 8 april 1999 was bereikt. Verweerder wees de aanvraag af wegens te late indiening. Appellante stelde dat medewerkers van LASER haar hadden toegezegd haar te informeren wanneer de aanvraagperiode zou openen, maar dat zij deze informatie niet ontving en daardoor te laat was.
Het College onderzocht de gang van zaken, waaronder telefonische contacten tussen appellante en LASER, en stelde vast dat appellante niet op de verzendlijst stond en dat er geen afspraken waren gemaakt om haar te informeren bij openstelling van de regeling. Het College oordeelde dat het tijdig en adequaat indienen van de aanvraag de eigen verantwoordelijkheid van appellante is, en dat de bekendmaking in de Staatscourant voldoende was.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het niet ontvangen van een aanvraagformulier niet betekent dat de aanvraag vóór het bereiken van het subsidieplafond kon worden ingediend. De procedurekostenveroordeling werd achterwege gelaten. Hiermee bevestigde het College het besluit van verweerder tot afwijzing van de subsidieaanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de subsidieaanvraag te laat is ingediend en de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij appellante ligt.