ECLI:NL:CBB:2001:AB2978
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Cusell
- J.A. Hagen
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroepen tegen intrekking en terugvordering subsidies op grond van de Subsidieregelingen innovatiestimulering 1984 en 1989
Appellanten A en B hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken waarbij subsidies toegekend op grond van de Subsidieregelingen innovatiestimulering 1984 (INSTIR 1984) en 1989 (INSTIR 1989) zijn ingetrokken en teruggevorderd. De besluiten betroffen subsidies voor verschillende subsidieperiodes tussen 1987 en 1991. De minister baseerde zijn besluiten mede op een vonnis van de rechtbank te Zwolle waarin valsheid in geschrift werd vastgesteld.
Appellanten voerden onder meer aan dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing was, dat de minister zijn recht had verwerkt door niet tijdig te beslissen, en dat de subsidies verjaard waren. Het College overwoog dat de Awb wel van toepassing is op besluiten na 1 januari 1994, ook als deze betrekking hebben op eerdere feiten. De beslistermijn in de INSTIR 1989 is een termijn van orde, waardoor afwijzing na overschrijding mogelijk is. De bevoegdheid tot intrekking en terugvordering blijft bestaan ook na intrekking van de subsidieregelingen.
Het College oordeelde dat het rechtszekerheidsbeginsel niet is geschonden gezien de omstandigheden en duur van het onderzoek, en dat de klachten over dubbele terugvordering niet gegrond zijn omdat de feitelijke invordering nog nader zal worden bepaald. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van appellanten tegen de intrekking en terugvordering van subsidies worden ongegrond verklaard.