ECLI:NL:CBB:2001:AB2985
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting schadevergoeding varkenshouderij wegens onjuiste vestigingsregistratie
Appellante, een varkenshouder met twee locaties op korte afstand, kreeg een korting van 35% op een schadevergoeding vanwege het niet correct merken en registreren van varkens op twee locaties met verschillende UBN's. Verweerder stelde dat de locaties als aparte vestigingen moesten worden beschouwd, wat de korting rechtvaardigde.
Appellante voerde aan dat de korting een strafrechtelijke sanctie was en dat de locaties als één vestiging moesten worden gezien volgens de Verordening van het Landbouwschap. Tevens stelde zij dat de korting zonder belangenafweging werd opgelegd en dat het onderscheid tussen preventieve en repressieve ruiming in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
Het College oordeelde dat de korting geen strafrechtelijke sanctie is en dat het kortingenstelsel niet onevenredig is. Wel stelde het College vast dat de locaties P en Q als één vestiging moeten worden beschouwd, omdat zij samen een productie-eenheid vormen en er geen regels zijn die ze als aparte vestigingen aanwijzen. Hierdoor is appellante niet in strijd met de Verordening gehandeld.
Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de juiste vestigingsdefinitie. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde beslissing.