ECLI:NL:CBB:2001:AB3006
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling melkequivalentie bij berekening superheffing zuivelproducten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Productschap voor Zuivel waarin het bezwaar tegen de toepassing van een vaste omrekeningsfactor van 9,5 kg melk per kg kaas voor de berekening van de superheffing werd afgewezen.
Appellant stelde dat vanwege hoge vet- en eiwitgehaltes een lagere omrekeningsfactor van 8,5 kg melk per kg kaas toegepast moest worden. Ter onderbouwing werden analyses, kaasboeken en rapporten overgelegd. Verweerder handhaafde de factor 9,5 en stelde dat alleen bij overtuigend bewijs van een lagere gebruikte melkhoeveelheid hiervan afgeweken kon worden.
Het College concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat minder melk was gebruikt dan de forfaitaire hoeveelheid. Het kaasboek gaf zelfs een hogere hoeveelheid melk aan dan de berekende melkequivalenten. Ook de stelling van een grote voorraad kaas werd niet onderbouwd met een nauwkeurige boekhouding. De ingediende stukken boden onvoldoende inzicht in de werkelijk gebruikte melkhoeveelheid.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat minder melk is gebruikt dan de forfaitaire omrekeningsfactor.