ECLI:NL:CBB:2001:AB3008
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Lubberdink
- W.E. Doolaard
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit over referentiehoeveelheid melk en zoogkoeienpremie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw inzake de toekenning van een zoogkoeienpremie op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Het geschil betreft de vraag of appellante op 1 april 1999 beschikte over een referentiehoeveelheid melk van 140.579 kg of 117.179 kg, hetgeen van invloed is op het aantal premiabele zoogkoeien.
Verweerder baseerde zich op de datum van ontvangst van het pachtcontract door de Grondkamer (2 april 1999) en stelde dat het contract niet tijdig was verzonden, waardoor het hogere quotum bleef gelden. Appellante stelde dat het contract op 31 maart 1999 was verzonden, maar kon dit niet met een afgestempelde enveloppe bewijzen omdat deze niet meer aanwezig was.
Het College oordeelt dat het onredelijk is om appellante de gevolgen van het ontbreken van de enveloppe volledig te laten dragen, mede omdat zij niet kon weten dat de verzenddatum zo bepalend zou zijn. Hierdoor is sprake van een onevenwichtige bewijslastverdeling. Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder tot heroverweging op basis van alle beschikbare bewijzen.
Daarnaast veroordeelt het College de Staat tot vergoeding van de kosten van appellante en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot heroverweging.