ECLI:NL:CBB:2001:AB3009
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaststelling dienstregeling Arriva Drenthe
Verzoekers maakten bezwaar tegen de vaststelling van de dienstregeling openbaar vervoer Drenthe door Gedeputeerde Staten, uitgevoerd door vervoerder Arriva, voor de periode 1 juli 2001 tot 1 januari 2003. Verzoekers verzochten de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven om een voorlopige voorziening om de vastgestelde dienstregeling op te schorten.
De president oordeelde dat op grond van de Wet personenvervoer 2000 de bevoegdheid tot vaststelling van de dienstregeling niet langer bij de overheid ligt, maar bij de vervoerder. De vaststelling door Gedeputeerde Staten was gebaseerd op een concessie aan Arriva, waarin zij zich het recht voorbehouden om de dienstregeling vast te stellen zolang de ontwikkelingsfunctie niet was overgedragen. Dit recht werd echter niet als een publiekrechtelijke bevoegdheid aangemerkt.
De president concludeerde dat de vaststelling van de dienstregeling door verweerders geen bestuursrechtelijk besluit is waartegen bezwaar of beroep mogelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en werd het afgewezen. De belangen van verzoekers werden wel overwogen, maar konden geen verandering in de juridische kwalificatie brengen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vaststelling van de dienstregeling wordt afgewezen omdat geen bestuursrechtelijk besluit is genomen.