ECLI:NL:CBB:2001:AB3257
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens opschorting betalingsverplichting
Verzoeker was door de minister van Landbouw aansprakelijk gesteld voor kosten van onderzoek aan dieren op zijn bedrijf, ter hoogte van fl. 103.263,78. Verzoeker diende hiertegen bezwaar in en verzocht om een voorlopige voorziening om betaling op te schorten totdat het bezwaar was beslist.
De minister stelde dat er geen spoedeisend belang was omdat verzoeker niet binnen de betalingstermijn had betaald en dat invordering via de civiele rechter zou plaatsvinden. Toch werd medegedeeld dat geen invordering zou plaatsvinden totdat de rechtmatigheid van het besluit definitief was vastgesteld, waarmee de betalingsverplichting feitelijk werd opgeschort.
Verzoeker trok daarop zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De president oordeelde dat de minister hiermee aan verzoeker was tegemoetgekomen en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van fl. 710,--. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De minister van Landbouw wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van fl. 710,-- na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens opschorting van de betalingsverplichting.