ECLI:NL:CBB:2001:AB4353
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar subsidie akkerbouwgewassen wegens termijnoverschrijding
Appellant diende een aanvraag in voor een subsidie op grond van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen. Verweerder keurde de aanvraag goed en stelde het voederareaal vast, maar appellant ontving geen uitbetaling van de premie. Appellant maakte bezwaar tegen het niet verlenen van subsidie, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
Appellant voerde aan dat hij door een onduidelijke brief en zijn verblijf in het buitenland op het verkeerde been was gezet en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Verweerder stelde dat de brief tijdig was verzonden en dat appellant de termijnoverschrijding niet kon rechtvaardigen.
Het College oordeelde dat het primaire besluit op 17 december 1999 aan appellant was verzonden en dat de termijn van zes weken was overschreden. De stelling van appellant dat hij de brief niet had ontvangen was niet voldoende aannemelijk. Het College vond dat appellant, gezien zijn ervaring met de regeling, had moeten begrijpen dat het besluit geen toekenning van de maïspremie inhield.
Daarom was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en was de niet-ontvankelijkverklaring terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.