ECLI:NL:CBB:2001:AB6582
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit schadevergoeding bij ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf dat in september 1997 verdacht werd van besmetting met klassieke varkenspest en vervolgens besmet verklaard werd. Naar aanleiding hiervan werden de varkens geruimd en werd een schadevergoeding toegekend op basis van de taxatiewaarde. Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte van deze vergoeding, stellende dat verweerder onterecht een gesloten systeem hanteert en dat zij recht heeft op een hogere vergoeding volgens LTO-normen, zoals die worden toegepast bij preventief geruimde bedrijven.
Verweerder verdedigde het besluit door te stellen dat het onderscheid tussen preventief en besmet geruimde bedrijven gerechtvaardigd is en dat het systeem van tegemoetkomingen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) een gesloten karakter heeft. Tevens wees verweerder erop dat de waardevaststelling door appellante was aanvaard en dat eventuele bezwaren daartegen via een andere procedure hadden moeten worden ingediend.
Het College oordeelde dat het onderscheid in vergoeding tussen preventief en besmet geruimde bedrijven niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat verweerder terecht de vergoeding heeft vastgesteld conform artikel 86 van Pro de Gwd. De door appellante aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals het fokverbod en de aanwezigheid van guste zeugen, waren onvoldoende zwaarwegend om tot een hogere vergoeding te leiden. Ook werden de bezwaren over de taxatie verworpen omdat appellante het taxatieformulier had ondertekend en geen gebruik had gemaakt van de daarvoor openstaande rechtsmiddelen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de hoogte van de schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.