ECLI:NL:CBB:2001:AB6592
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit verdachtverklaring en schadevergoeding klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf dat op 5 juli 1997 verdacht werd verklaard van besmetting met klassieke varkenspest, waarna preventieve ruiming plaatsvond. Zij maakte bezwaar tegen de verdachtverklaring, de getroffen maatregelen en de toegekende schadevergoeding, stellende dat de besluiten onvoldoende waren gemotiveerd en dat de vergoeding onrechtvaardig was.
Verweerder verdedigde de besluiten met verwijzing naar het toepasselijke wettelijke kader en beleidsregels, waaronder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Europese richtlijn 80/217/EEG. Het College oordeelde dat de verdachtverklaring en maatregelen rechtmatig waren, mede gezien de bevestiging van klinische symptomen en de noodzaak tot preventieve ruiming om verdere verspreiding te voorkomen.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelde het College vast dat het toegepaste stelsel een gesloten systeem is en dat het onderscheid tussen fokvarkens- en vleesvarkensbedrijven niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De gevorderde verhoging van de vergoeding werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de verdachtverklaring, preventieve ruiming en schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.