ECLI:NL:CBB:2001:AB6593
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid verdachtverklaring en schadevergoeding bij klassieke varkenspest
Appellant exploiteert een varkensbedrijf waarvan de varkens op 2 juli 1997 verdacht werden verklaard van besmetting met klassieke varkenspest. Dit leidde tot preventieve ruiming van het bedrijf en toekenning van een tegemoetkoming in de schade. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde onder meer dat de verdachtverklaring onrechtmatig was omdat niet was vastgesteld dat de varkens besmet konden zijn en dat de schadevergoeding onvoldoende was.
Het College oordeelde dat het besluit tot besmetverklaring niet in strijd was met de toepasselijke richtlijn en dat de criteria voor verdachtverklaring wetenschappelijk onderbouwd en redelijk waren toegepast. Ook was het achterwege laten van een immunoperoxidase test (IPT) gerechtvaardigd vanwege praktische overwegingen en de ernst van de epidemie. De preventieve ruiming en maatregelen waren noodzakelijk ter bestrijding van de ziekte.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelde het College vast dat het stelsel van tegemoetkomingen gesloten is en dat verweerder bevoegd is tot prioriteitenstelling bij preventieve ruimingen. Appellant had geen bijzondere omstandigheden aangetoond die een hogere vergoeding rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot verdachtverklaring, preventieve ruiming en schadevergoeding worden gehandhaafd.