ECLI:NL:CBB:2001:AB7600
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vergunning kansspelautomaat in Den Haag
Verzoeker exploiteert een inrichting in Den Haag waar alleen niet-alcoholische dranken worden geschonken. Hij had een vergunning aangevraagd en verkregen voor het aanwezig hebben van één kansspelautomaat en één behendigheidsautomaat, geldig van 1 september 2000 tot 1 juni 2001. Verweerder, de burgemeester van Den Haag, heeft bij besluit van 31 mei 2001 deze vergunning verleend, maar later bij besluit van 13 augustus 2001 de vergunning voor de kansspelautomaat ingetrokken en alleen een vergunning voor de behendigheidsautomaat verleend tot 1 september 2001.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2001 en verzocht de president van het College om een voorlopige voorziening, zodat hij de kansspelautomaat mocht behouden tot het besluit onherroepelijk was of tot 5 september 2001. De president overwoog dat de vergunning geldig was tot 1 juni 2001 en dat de vraag over een vergunning na 5 september 2001 niet aan de orde was. Verzoeker stelde dat hij maandelijks aanzienlijke schade leed door het ontbreken van de vergunning.
De president oordeelde dat voor het treffen van een voorlopige voorziening bij een financieel belang, zonder diepgaand onderzoek, ernstig betwijfeld moet worden of het standpunt van verweerder juist is en dat verzoeker concrete feiten moet aanvoeren die zijn belang onderbouwen. Dit was niet het geval, zodat het verzoek werd afgewezen. Tevens werden geen kosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om de kansspelautomaat te mogen behouden werd afgewezen.