4. Het standpunt van appellant
Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep met betrekking tot de niet-ontvankelijkverklaring onder meer het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd:
" Het besluit van verweerder inhoudende de goedkeuring van de aanvraag is verzonden op 29 november 1999. Appellant heeft zijn bezwaarschrift ingediend op 15 februari 2000. Volgens appellant had echter niet-ontvankelijkverklaring achterwege gelaten moeten worden, omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij als indiener in verzuim is geweest. Appellant baseert zich daarbij op het volgende.
In het jaar 1999 is appellant betrokken geweest bij een gerechtelijke procedure in verband met een aansprakelijkstelling door een varkensfokker ter zake van een voergeldovereenkomst, waarbij 27 april een zitting is gehouden bij de rechtbank van Zutphen. Daar appellant eind november in het kader van deze procedure gedagvaard werd, werd hij gedwongen al z'n aandacht hierop te richten. Naast de ordening en completering van het op deze zaak betrekking hebbende dossier, moest een advocaat ingeschakeld worden, met wie vervolgens tevens een strategie uitgedacht werd. Naast deze praktische handelingen, vergde het, wegens de grote belangen die op het spel stonden, ook geestelijk veel van appellant, zodat het hem ook vaak te veel werd.
Toen appellant op 29 november 1999 een schrijven van LASER ontving inhoudende de goedkeuring van de aanvraag, realiseerde appellant zich onvoldoende dat deze goedkeuring gebaseerd was op een onjuiste aanvraag. Appellant veronderstelde logischerwijs dat zijn aanvraag juist was en verheugde zich over de goedkeuring, omdat hij dacht de premie tegemoet te kunnen zien. Het kwam niet op in de gedachten van appellant de consequenties van één en ander nader te bezien en te controleren of zijn destijds ingediende aanvraag wel in orde was om vervolgens bezwaar in te dienen.
Gezien de grote geestelijke en praktische belasting wegens bovengenoemde procedure waarin appellant verwikkeld was, kan het hem niet worden verweten zich niet nader te hebben verdiept in het schrijven van LASER. Kortom, wegens de bijzondere omstandigheden die appellant persoonlijk betreffen, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appelllant in verzuim is geweest terzake van het niet tijdig indienen van zijn bezwaarschrift.
Daaraan kan nog worden toegevoegd dat het geenszins de bedoeling van appellant is middels onderhavige procedure alsnog een premie te kunnen ontvangen waar hij wettelijk gezien geen recht op heeft."