ECLI:NL:CBB:2001:AD2881
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing besluit verdachtverklaring en schadevergoeding varkensbedrijf
Appellante exploiteert een zeugenbedrijf en werd geconfronteerd met besluiten waarbij haar varkens verdacht werden verklaard van klassieke varkenspest en preventieve ruiming werd bevolen. Tevens werd een tegemoetkoming in schade toegekend, waartegen appellante bezwaar maakte. Zij betwistte de bevoegdheid van verweerder tot het nemen van de maatregelen, de onderbouwing van het preventieve ruimingsbeleid en de hoogte van de schadevergoeding.
Verweerder stelde dat de spoedeisendheid en de aard van de varkenspest maatregelen noodzakelijk maakten en dat de toegepaste criteria wetenschappelijk onderbouwd waren. De schadevergoeding was gebaseerd op beleidsregels en registratiegegevens van de Gezondheidsdienst voor Dieren, waarbij appellante terecht als vermeerderingsbedrijf werd aangemerkt.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was en de maatregelen proportioneel en redelijk waren genomen. De verdachtverklaring en preventieve ruiming konden de rechterlijke toetsing doorstaan. Het beroep op volledige schadeloosstelling werd verworpen omdat het ging om een tijdelijke maatregel binnen een gesloten stelsel van vergoeding. Het College vond geen aanleiding om af te wijken van het beleid en concludeerde dat het beroep ongegrond was.
De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van het bestuursorgaan bij bestrijding van dierziekten en benadrukt het belang van wetenschappelijke onderbouwing en proportionaliteit bij ingrijpende maatregelen. Tevens wordt bevestigd dat niet alle schade buiten het stelsel van vergoeding kan worden vergoed en dat het normale bedrijfsrisico geldt voor overige schade.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot verdachtverklaring, preventieve ruiming en schadevergoeding worden gehandhaafd.