ECLI:NL:CBB:2001:AD3367
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkheid bezwaar superheffing melk
Verzoeker, een handelsonderneming, was het niet eens met de ambtshalve vastgestelde superheffing voor de heffingsperiode 1997/1998 van 76.960 kg melk, waarvoor hij geen verantwoording had afgelegd. Verweerder, het Productschap Zuivel, had op 5 oktober 2000 een aanslag superheffing opgelegd van f 61.299,38. Verzoeker diende pas op 15 mei 2001 een bezwaarschrift in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken.
Verzoeker stelde dat hij de eerdere brieven en aanmaningen niet had ontvangen en dat de melk bestemd was voor diervoeding, niet voor humane consumptie. Ook voerde hij aan dat postbezorging problematisch was vanwege de ligging van zijn adres. De president oordeelde dat, ook bij aannemen van ontvangst van de aanmaning op 28 april 2001, het bezwaar niet binnen een redelijke termijn was ingediend.
De procedure bij verweerder voor verzending van poststukken werd als betrouwbaar beoordeeld. Omdat verzoeker en zijn adres bij verweerder bekend waren sinds 1988/1989, was aangetekende verzending niet vereist. De president concludeerde dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk was verklaard en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De uitspraak werd gedaan op 21 augustus 2001 door de fungerend president D. Roemers, zonder hoorzitting, omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en terecht niet-ontvankelijk is verklaard.