2. De grondslag van het geschil
2.1 Voor een overzicht van het toepasselijke wettelijk kader en de door verweerder gehanteerde beleidsregels, verwijst het College naar hetgeen daaromtrent is opgenomen in rubriek 2.1 van de uitspraak van het College van 16 november 1999 (Nrs. AWB 98/162, 98/163 en 98/164). Deze uitspraak is via internet te raadplegen op website http://www.rechtspraak.nl.
2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan.
- Appellante exploiteert een varkensbedrijf.
- Op 24 maart 1997 heeft appellante een levering van 110 biggen voor vervoer aangemeld.
- Op 26 maart 1997 heeft appellante van KI-station Helden een faxbericht ontvangen, waarin stond vermeld dat alle bedrijven die tussen 15 januari 1997 en 15 maart 1997 sperma hadden ontvangen van KI-station Wanroij via KI-station Helden, verdacht zouden worden verklaard van besmetting met klassieke varkenspest.
- Na ontvangst van bovenbedoeld faxbericht heeft appellante de levering van de 110 biggen voor vervoer afgemeld.
- Op 27 maart 1997 heeft appellante van de zijde van KI-station Helden de telefonische mededeling ontvangen dat de data waren gewijzigd en dat alle bedrijven die tussen 28 januari 1997 en 15 maart 1997 sperma hadden ontvangen van
KI-station Wanroij via KI-station Helden, verdacht zouden worden verklaard.
- Na ontvangst van deze telefonische mededeling heeft appellante de levering van 110 biggen wederom aangemeld.
- Bij besluit van 27 maart 1997 zijn alle varkens op het bedrijf van appellante op grond van artikel 2, onderdeel b, van het Besluit verdachte dieren (Stb. 1994, 731) verdacht verklaard van besmetting met klassieke varkenspest. Deze verdachtverklaring is een gevolg van de inseminatie met sperma van de beren Akto en Bamme van KI-station Wanroij op 17 januari 1997 en 21 januari 1997.
- Bij besluit van 27 maart 1997 is appellante op grond van artikel 22, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: de Gwd) een aantal bestrijdingsmaatregelen aangekondigd, waaronder het plaatsen van borden en kentekenen op het terrein van appellante.
- Vervolgens heeft appellante het vervoer ten behoeve van de levering van 110 biggen wederom afgemeld.
- Vervolgens werden de biggen te zwaar en konden zij niet meer worden verhandeld.
- Vanaf 1 april 1997 wordt het bedrijf van appellante weer normaal uitgeoefend.
- Bij besluit van 23 april 1997 heeft verweerder appellante medegedeeld dat de verdachtverklaring van zijn varkens is geëindigd.
- Appellante heeft bij brief van 5 mei 1997 bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 27 maart 1997.
- Blijkens een telefoonnotitie van verweerder van 21 december 1998 heeft appellante afgezien van de mogelijkheid om in het kader van de bezwaarschriftenprocedure te worden gehoord.
- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen, strekkende tot ongegrondverklaring van de bezwaren.