ECLI:NL:CBB:2001:AD3426
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering aanvullende schadevergoeding na preventieve ruiming varkensbedrijf
Appellant exploiteert een varkensbedrijf dat preventief is geruimd vanwege klassieke varkenspest. De varkens werden op 20 mei 1997 getaxeerd op een waarde van fl. 377.503,00. Appellant ontving een tegemoetkoming op basis van deze taxatie, maar maakte bezwaar omdat de daadwerkelijke ruiming zes dagen later plaatsvond en het gewicht van de varkens toen hoger bleek dan bij taxatie. Tevens vorderde hij vergoeding van onderhoudskosten gedurende deze periode.
De Staatssecretaris wees het bezwaar af met het argument dat het schadevergoedingsstelsel in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) een gesloten stelsel is en dat het normale bedrijfsrisico ook de gewichtstoename en onderhoudskosten omvat. Het College oordeelde dat appellant akkoord was gegaan met de taxatie en dat de periode van zes dagen tussen taxatie en ruiming geen aanleiding gaf tot hertaxatie. Het verschil in gewicht kon worden verklaard door de tijdsduur en het beleid onderscheidt terecht tussen fokvarkens- en vleesvarkensbedrijven.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de Staatssecretaris in redelijkheid heeft gehandeld binnen het beleidskader en het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen aanvullende schadevergoeding toe te kennen wordt ongegrond verklaard.