ECLI:NL:CBB:2001:AD3429
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verdachtverklaring en preventieve ruiming varkens wegens klassieke varkenspest
Appellant exploiteert een varkensbedrijf waarvan de varkens op 26 maart 1997 verdacht werden verklaard van besmetting met klassieke varkenspest op grond van het Besluit verdachte dieren. Dit volgde op inseminatie met sperma afkomstig van of via het KI-station Wanroij, waar besmetting was vastgesteld. Naar aanleiding hiervan werden bestrijdingsmaatregelen getroffen, waaronder preventieve ruiming van de varkens.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat hij geen sperma van het besmette KI-station Wanroij had ontvangen, maar via een ander KI-station. Tevens stelde hij dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door zijn informatie niet mee te nemen en dat de toegekende schadevergoeding willekeurig en te laag was.
Verweerder stelde dat uit onderzoek was gebleken dat appellant wel degelijk sperma van besmette beren op KI-station Wanroij had ontvangen en dat de verdachtverklaring en maatregelen terecht waren genomen. Het College oordeelde dat verweerder de criteria voor verdachtverklaring op redelijke en wetenschappelijke gronden had vastgesteld en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat deze onredelijk waren toegepast.
Het beroep werd ongegrond verklaard omdat de verdachtverklaring en maatregelen aan toetsing konden voldoen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het College bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de verdachtverklaring en preventieve ruiming van zijn varkens wegens klassieke varkenspest wordt ongegrond verklaard.