ECLI:NL:CBB:2001:AD3469
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Schorsing van besluiten over aflever- en opgebruiktermijnen bestrijdingsmiddelen met werkzame stof maneb
De Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) die aflever- en opgebruiktermijnen vaststellen voor twintig bestrijdingsmiddelen met de werkzame stof maneb. Deze toelatingen waren volgens de besluiten op 1 juli 2001 van rechtswege geëindigd. Verzoeksters vroegen om een voorlopige voorziening om deze besluiten te schorsen.
De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geoordeeld dat de toelatingen niet van rechtswege zijn geëindigd, maar formeel zijn geëxpireerd op de einddatum van de procedurele verlenging. Dit betekent dat er geen sprake is van een intrekking of een daarmee vergelijkbare abrupte beëindiging die het vaststellen van aflever- en opgebruiktermijnen rechtvaardigt. De president bevestigde de eerdere interpretatie dat artikel 2, vijfde lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet alleen ruimte biedt voor dergelijke termijnen bij intrekking of vergelijkbare situaties.
Daarom werd de schorsing van de besluiten toegewezen. De besluiten, die aflevertermijnen van 1 juli 2001 tot 1 januari 2002 en opgebruiktermijnen tot 1 januari 2003 vaststellen, werden geschorst met ingang van 13 september 2001. Tevens werd het door verzoeksters betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak benadrukt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van aflever- en opgebruiktermijnen niet kan worden ingeroepen bij het normale expireren van toelatingen.
Uitkomst: De besluiten tot vaststelling van aflever- en opgebruiktermijnen voor maneb-houdende bestrijdingsmiddelen worden geschorst omdat de toelatingen niet van rechtswege zijn geëindigd en er geen sprake is van intrekking.