ECLI:NL:CBB:2001:AD3526
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over weigering ontheffing vervoersverbod varkens vanwege klassieke varkenspest
Appellant sub 1 exploiteerde een veehouderij binnen een gebied waar een vervoersverbod voor varkens gold vanwege klassieke varkenspest. Na preventieve ruiming van zijn bedrijf verzocht hij om ontheffing van dit vervoersverbod en om schadevergoeding. De minister wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College overwoog dat het vervoersverbod diende ter bescherming van de volksgezondheid en het dierenwelzijn en dat ontheffing slechts in bijzondere gevallen wordt verleend. Appellant sub 1 stelde dat zijn situatie uniek was omdat zijn bedrijf virusvrij was en hij wilde herbevolken. Het College oordeelde echter dat leegstand van stallen een normaal gevolg is van het vervoersverbod dat alle getroffen varkenshouders betreft, en dat appellant niet in een wezenlijk andere situatie verkeerde.
Verder werd geoordeeld dat het weigeren van ontheffing en het niet verlenen van schadevergoeding niet onredelijk was gezien het algemeen belang bij bestrijding van de varkenspest. Het beroep van appellant sub 1 werd daarom ongegrond verklaard. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen het eerdere besluit.
Tot slot wees het College een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 1 is ongegrond verklaard en dat van appellant sub 2 niet-ontvankelijk.