ECLI:NL:CBB:2001:AD3551
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest ongegrond verklaard
Appellante exploiteert een varkensbedrijf waarvan de varkens bij besluit van 2 juli 1997 verdacht werden verklaard van besmetting met klassieke varkenspest. Verweerder nam op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) maatregelen waaronder het doden van verdachte dieren en het vernietigen van producten. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat verweerder niet bevoegd was tot het treffen van deze maatregelen omdat geen sprake was van spoedeisendheid en dat de burgemeester bevoegd was.
Tijdens de zitting op 24 juli 2001 werd het standpunt van verweerder toegelicht dat de spoedeisendheid van de situatie en de nabijheid van het besmettingshaard het onverwijld optreden noodzakelijk maakten. De preventieve ruiming was gebaseerd op een risicoanalyse en wetenschappelijk onderzoek, en de gehanteerde criteria waren niet willekeurig. Verweerder voerde aan dat het belang van het voorkomen van verdere verspreiding zwaarder woog dan het individuele belang van appellante.
Het College oordeelde dat verweerder bevoegd was tot het nemen van de maatregelen en dat de verdachtverklaring en preventieve ruiming van het bedrijf van appellante wettelijk en redelijk waren gemotiveerd. Het beroep richtte zich vooral op de schadevergoeding, maar omdat appellante destijds geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit over de schadevergoeding, bleef dit buiten beschouwing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot preventieve ruiming van haar varkensbedrijf wordt ongegrond verklaard.