ECLI:NL:CBB:2001:AD3633
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit schadevergoeding bij preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf dat preventief is geruimd vanwege de uitbraak van klassieke varkenspest. De varkens werden verdacht verklaard en gedood, waarna een tegemoetkoming in de schade werd toegekend op basis van de taxatiewaarde van de dieren. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit over de schadevergoeding en stelde dat zij recht had op volledige schadeloosstelling, mede omdat haar dieren nooit besmet bleken.
Verweerder stelde dat het schadevergoedingsstelsel in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd) een gesloten stelsel is en dat de getroffen maatregelen rechtmatig waren. Bovendien betoogde verweerder dat de schade die niet wordt vergoed onder het normale bedrijfsrisico valt en dat het bedrijf van appellante als mestbedrijf geregistreerd staat, waardoor zij niet in aanmerking komt voor hogere vergoedingen die aan fokvarkensbedrijven worden toegekend.
Het College oordeelde dat verweerder terecht onderscheid maakt tussen fokvarkensbedrijven en vleesvarkensbedrijven en dat het beleid niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar bedrijf een ander karakter had dan een mestbedrijf en dat de maatregelen slechts een beperkte geldigheidsduur hadden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep werd daarmee afgewezen en de beperkte schadevergoeding gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de beperkte schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.