ECLI:NL:CBB:2001:AD3648
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging preventieve ruiming varkensbedrijf wegens klassieke varkenspest
Appellante exploiteert een varkensbedrijf waarvan de dieren bij besluit van 14 oktober 1997 verdacht zijn verklaard van besmetting met klassieke varkenspest. Naar aanleiding hiervan werden preventieve bestrijdingsmaatregelen getroffen, waaronder het ruimen van de dieren. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat de afstand tot de besmettingshaard te groot was en dat preventieve ruiming onterecht was.
Verweerder stelde dat de besmetverklaring van het bedrijf van de vermeende besmettingshaard rechtsgeldig was en dat de preventieve ruiming noodzakelijk was om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. De gehanteerde afstand van ongeveer één kilometer was gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en ervaring met de ziekte.
Het College oordeelde dat de besmetverklaring van de haard voldoende was onderbouwd met laboratoriumonderzoek en dat de criteria voor verdachtverklaring en preventieve ruiming redelijk en wetenschappelijk gefundeerd waren. De verwijzing van appellante naar een ander bedrijf in het kerngebied, waar preventieve ruiming achterwege bleef, werd niet gevolgd vanwege prioritering van bestrijdingsmaatregelen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en zijn de besluiten van verweerder gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de verdachtverklaring en preventieve ruiming van haar varkensbedrijf wordt ongegrond verklaard.