ECLI:NL:CBB:2001:AD3652
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen duur en schadevergoeding verdachtverklaring varkensbedrijf klassieke varkenspest
Appellante, exploitant van een varkensbedrijf, maakte bezwaar tegen de duur van de verdachtverklaring van haar varkens wegens mogelijke besmetting met klassieke varkenspest en tegen de weigering van schadevergoeding. De verdachtverklaring was gebaseerd op de import van een beer uit Duitsland op 9 januari 1998. Verweerder handhaafde de verdachtverklaring tot 10 februari 1998, waarna negatieve bloedonderzoeken werden ontvangen.
Appellante stelde dat de duur onredelijk lang was en verweerder onzorgvuldig handelde door geen ontheffing te verlenen voor aanvoer van niet vatbare dieren. Tevens werd verwezen naar een ander bedrijf waar de verdachtverklaring eerder werd opgeheven. Verweerder stelde dat de duur wetenschappelijk verantwoord was gezien de incubatietijd en dat de andere situatie een administratieve fout betrof.
Het College oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de verdachtverklaring niet eerder kon worden opgeheven en dat de fout bij het andere bedrijf geen gevolgen had voor de rechtmatigheid van het besluit ten aanzien van appellante. Ook was de schade niet voor vergoeding in aanmerking te nemen omdat deze tot het normale bedrijfsrisico behoort. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de duur van de verdachtverklaring en de weigering tot schadevergoeding is ongegrond verklaard.