ECLI:NL:CBB:2001:AD3788
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Roemers
- M.J. Kuiper
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing buslijn 166 en vaststelling dienstregeling openbaar vervoer Zuid-Holland
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland tot vaststelling van de dienstregeling 2000/2001, waarin onder meer de opheffing van buslijn 166 is opgenomen. Appellante stelde dat deze opheffing een verslechtering van het voorzieningenniveau betekent en in strijd is met beleidsregels en wettelijke bepalingen.
Het College overwoog dat de Wet personenvervoer een afweging voorschrijft tussen de noodzaak van openbaar vervoer, gebruik, financiële middelen en andere belangen. Uit het dossier blijkt dat de totale dienstregelingsuren en kilometers in de regio zijn toegenomen en dat de opheffing van lijn 166 niet leidt tot het opheffen van een minimumvoorziening, omdat de kern Benthuizen door andere lijnen wordt bediend.
De bezettingsgraad van lijn 166 was laag en de kostendekkingsgraad bedroeg slechts 22%, terwijl minimaal 45% vereist is. Het College vond geen aanwijzingen voor willekeur of onvoldoende motivering. Ook de procedurele klachten over het vervoerplan Midden-Holland werden verworpen, omdat appellante voldoende gelegenheid had om te reageren.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Het College achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat een integrale belangenafweging en motivering van besluiten over openbaar vervoer essentieel zijn en dat verslechteringen op bepaalde trajecten kunnen worden gecompenseerd door verbeteringen elders.
Uitkomst: Het beroep tegen de opheffing van buslijn 166 en vaststelling van de dienstregeling 2000/2001 wordt ongegrond verklaard.