ECLI:NL:CBB:2001:AD3813
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van te late aanvraag S&O-verklaring wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken om haar aanvraag voor een S&O-verklaring niet in behandeling te nemen omdat deze niet tijdig was ingediend conform artikel 24, derde lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA).
De aanvraag werd op 17 december 1998 ingediend, terwijl de wettelijke termijn uiterlijk 11 december 1998 was. Appellante voerde aan dat de aanvraag door een verhuizing abusievelijk te laat was ingediend, wat volgens haar verschoonbaar was gezien de omstandigheden en de kwetsbaarheid van haar kleine onderneming.
Het College oordeelde echter dat appellante geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. Het was haar verantwoordelijkheid om tijdig maatregelen te treffen om de aanvraag op tijd in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de te laat ingediende aanvraag voor een S&O-verklaring wordt ongegrond verklaard.