ECLI:NL:CBB:2001:AD3816
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag S&O-verklaring wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante diende op 10 december 1998 een aanvraag in voor een S&O-verklaring met betrekking tot zeven projecten. Verweerder stelde haar in de gelegenheid om ontbrekende gegevens aan te leveren, met meerdere verlengingen tot uiterlijk 26 februari 1999. Appellante stuurde de gevraagde informatie echter pas op 2 maart 1999, waardoor verweerder haar aanvraag buiten behandeling stelde.
Appellante voerde aan dat zij de gegevens tijdig had verstuurd op 26 februari 1999 en beriep zich op artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bij postverzending een termijn van een week na afloop wordt gehanteerd. Het College oordeelde dat de datumstempel van de frankeermachine niet als bewijs kan dienen voor tijdige verzending en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de brief tijdig was verzonden.
Het College stelde vast dat het beleid van verweerder om tijdige ter post bezorging als tijdige indiening te beschouwen niet in strijd is met de WVA, maar dat appellante onvoldoende bewijs leverde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gevraagde gegevens niet tijdig zijn ingediend.