ECLI:NL:CBB:2001:AD3817
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aanvraag S&O-verklaring wegens niet tijdige indiening ontbrekende gegevens
Appellante diende op 10 december 1998 een aanvraag in voor een S&O-verklaring met betrekking tot zeven projecten. Verweerder stelde haar in de gelegenheid om ontbrekende gegevens te verstrekken, met meerdere termijnen die uiteindelijk liepen tot 26 februari 1999. Hoewel appellante stelde dat zij de informatie op 26 februari 1999 per post had verzonden, ontving verweerder deze pas op 2 maart 1999.
Appellante beriep zich op artikel 6:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat een per post verzonden aanvraag als tijdig wordt beschouwd als deze uiterlijk een week na afloop van de termijn wordt ontvangen. Het College oordeelde echter dat dit artikel niet van toepassing is op deze aanvraag en dat de datumstempel van de frankeermachine niet als bewijs kan dienen van tijdige verzending.
Het College overwoog dat verweerder voldoende gelegenheid heeft geboden om de ontbrekende gegevens tijdig aan te leveren en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de gegevens vóór het verstrijken van de termijn aan de PTT zijn overgedragen. Vertragingen bij de postbezorging konden appellante niet baten. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gevraagde gegevens niet tijdig zijn ingediend.