ECLI:NL:CBB:2001:AD3890
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op premietoezegging wegens niet tijdige aanvraag winterpremie
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Bedrijfschap Schildersbedrijf waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van een premieaanvraag winter 1998/1999 ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betreft de niet tijdige ontvangst van de premieaanvraag per fax, terwijl de werkzaamheden reeds waren aangevangen zonder voorafgaande premietoezegging.
Het College stelde vast dat de aanvraag niet op de door appellante genoemde datum was ontvangen, maar pas ruim na de startdatum van de werkzaamheden. Artikel 12 van Pro de Premieregeling bepaalt uitdrukkelijk dat de werkzaamheden niet mogen beginnen voordat de premietoezegging is ontvangen. Dit voorschrift dient het controlebelang van de regeling en is niet in strijd met het verbod op willekeur.
Appellante voerde aan dat zij de aanvraag wel tijdig per fax had verzonden en dat menselijke fouten mogelijk waren, maar dit rechtvaardigde geen afwijking van de strikte toepassing van artikel 12. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College oordeelde dat geen reden bestond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de premieaanvraag niet tijdig is ontvangen en de werkzaamheden zonder premietoezegging zijn aangevangen.