ECLI:NL:CBB:2001:AD3909
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing premieaanvraag zoogkoeien wegens niet voldoen aan gebruikstitel stalruimte
Appellant diende een aanvraag in voor premie voor 20 zoogkoeien op grond van de Regeling dierlijke EG-premies. Tijdens een controle werden slechts 15 zoogkoeien op het bedrijf van appellant aangetroffen, terwijl vijf dieren in een stal bij een derde werden gehouden zonder schriftelijke overeenkomst of door de grondkamer goedgekeurd pachtcontract.
Verweerder wees de premieaanvraag af op basis van artikel 10, derde lid, van Verordening (EEG) nr. 3887/92, omdat het verschil tussen het aantal opgegeven en daadwerkelijk aanwezige dieren meer dan 20% bedroeg. Appellant voerde aan dat er sprake was van een mondelinge overeenkomst en dat hij onevenredig zwaar werd getroffen.
Het College oordeelde dat de stalruimte bij de derde niet tot het bedrijf van appellant behoorde zoals vereist in artikel 1.1 van de Regeling, en dat betalingsbewijzen geen schriftelijke gebruikstitel kunnen vervangen. Overmacht werd niet gesteld of gebleken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde dat verweerder niet kon afwijken van het sanctieregime in de verordening. De afwijzing van de premieaanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de premieaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een schriftelijke gebruikstitel voor de stalruimte.