ECLI:NL:CBB:2001:AD4692
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaten wegens laagdrempelig karakter horecagelegenheid
Verzoeker exploiteert een horecagelegenheid met een café- en restaurantgedeelte en vroeg vergunning voor het plaatsen van twee kansspelautomaten. Verweerder wees de aanvraag af omdat de inrichting volgens de Wet op de kansspelen als laagdrempelig werd beschouwd, mede vanwege het beperkte aanbod van warme driecomponentenmaaltijden en de vrije doorgang tussen de twee gedeelten.
Verzoeker maakte bezwaar en stelde onder meer dat de inrichting hoogdrempelig was en dat de weigering onterecht was. Ook voerde verzoeker aan dat de gewijzigde wetgeving geen aanleiding gaf tot een nieuwe beoordeling en dat de menukaart onvoldoende recht deed aan het karakter van het restaurantgedeelte.
De president van het College oordeelde dat het financiële belang van verzoeker onvoldoende was onderbouwd voor een voorlopige voorziening en dat de weigering terecht was gebaseerd op de wettelijke criteria. De vrije doorgang tussen de gedeelten maakte dat de inrichting als geheel laagdrempelig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor kansspelautomaten werd afgewezen.