ECLI:NL:CBB:2001:AD4693
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning kansspelautomaat in laagdrempelige horecagelegenheid
Verzoekster exploiteert een horecagelegenheid en vroeg vergunning aan voor het aanwezig hebben van een kansspelautomaat. Verweerder weigerde deze vergunning omdat de inrichting als laagdrempelig werd aangemerkt, wat volgens de Wet op de kansspelen geen vergunning voor kansspelautomaten toestaat.
Na bezwaar en beroep handhaafde verweerder het besluit. Verzoekster stelde dat haar inrichting een café of restaurant was en dat de weigering onterecht was. De commissie voor bezwaar- en beroepschriften en de president van het College oordeelden dat de inrichting geen hoogdrempelige inrichting was, mede vanwege het beperkte aanbod van maaltijden, openingstijden en het ontbreken van een zichtbare tapinstallatie.
Verzoekster voerde aan dat zij door het uitblijven van tijdige beslissing een fictieve vergunning had, maar dit werd verworpen omdat zij tijdig rechtsmiddelen had kunnen aanwenden. De president concludeerde dat verweerder terecht de inrichting als laagdrempelig aanmerkte en het verzoek om voorlopige voorziening afwees.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de vergunning voor een kansspelautomaat wordt afgewezen.