ECLI:NL:CBB:2001:AD4694
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- R.R. Winter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake vergunning kansspelautomaten in horecagelegenheid met bowling
Verzoekster exploiteert een horecagelegenheid met een bar en een bowlinggedeelte. Zij vroeg vergunning aan voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten en zes behendigheidsautomaten. De burgemeester verleende slechts vergunning voor vier behendigheidsautomaten, omdat het bar-bowlinggedeelte werd aangemerkt als laagdrempelige inrichting vanwege de zelfstandige betekenis van de bowlingactiviteiten.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de kansspelautomaten toch te mogen plaatsen gedurende de bodemprocedure. De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het verzoek en concludeerde dat de inrichting niet als hoogdrempelig kan worden aangemerkt, mede op basis van een rapport van Verispect B.V. dat stelde dat de bowlingbanen een zelfstandige stroom bezoekers trekken.
De president oordeelde dat het financieel belang van verzoekster onvoldoende was onderbouwd en dat geen sprake was van dreigende continuïteitsbedreiging. Ook was geen sprake van een fictieve vergunning door het uitblijven van tijdige beslissing. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de inrichting als laagdrempelig wordt aangemerkt en geen vergunning voor kansspelautomaten kan worden verleend.